Een koerier met een nul-urencontract werkt op afroep. Op een dag krijgt hij om 09:00, 11:00 en 16:00 uur een oproep en telkens rijdt hij een uurtje. Hij werkt dus in totaal drie uur, maar zijn werkgever moet hem negen uur uitbetalen. Waarom?
Sommige contracten leveren veel onzekerheid op voor werknemers. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wanneer of hoeveel zij moeten werken. De wet biedt voor twee gevallen een oplossing. Ten eerste bij een afgesproken arbeidsomvang van minder dan 15 uur per week, waarbij niet vaststaat op welke tijdstippen de werknemer deze uren moet invullen. Ten tweede als de totale arbeidsomvang onduidelijk is of überhaupt niet vastligt. Een werknemer met één van deze contracten heeft voor iedere oproep recht op ten minste drie uur loon.
Dat geldt ook als twee periodes overlappen. Voor de koerier loopt de teller van de eerste oproep door wanneer hij om 10:00 uur weer thuis komt. Als hij om 11:00 uur aan een nieuwe rit begint, start de tweede teller terwijl de eerste nog steeds loopt. Tussen 11:00 en 12:00 uur krijgt hij dus dubbel salaris. De werkgever kan dat op verschillende manieren voorkomen.
Ten eerste kan hij de koerier oproepen voor een langere aaneengesloten periode. Als er dan niet genoeg werk is, hoeft hij alleen de wachttijd uit te betalen en riskeert hij geen overlap met dubbele loonlasten. Ten tweede kan hij in het contract een arbeidsduur van 15 uur of meer opnemen. Ten derde kan hij de tijdstippen waarop de koerier moet rijden nauwkeurig vastleggen. Natuurlijk geldt de bovenstaande optelsom ook niet als de tussenliggende periodes gewone pauzes zijn die collega’s ook opnemen.
Bent u werkgever en heeft u werknemers met zulke contracten in dienst? Of bent u werknemer en werkt u op basis van een dergelijk contract? Besef dan goed wat uw rechten en plichten zijn. Dit voorbeeld toont namelijk aan dat de wet soms een groot verschil kan maken.
geschreven met medewerking van dhr. N.P.J. (Niek) van de Pasch, juridisch medewerker
Bel me terug
Bedankt voor uw bericht
We zullen zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.
Foutmelding:
Van der Putt advocaten: voor een persoonlijk en professioneel advies
Bent u op zoek naar een specialist op het gebied van aansprakelijkheidsrecht en letselschade en/of een deskundige in civiel recht en bestuursrecht? En houdt u van een persoonlijke en accurate benadering? Dan bent u bij Van der Putt Advocaten aan het juiste adres. Doordat iedere advocaat (een) eigen specialisme(n) heeft, bieden wij u gedegen ondersteuning op diverse vakgebieden. Of u zich als particulier of als ondernemer bij ons meldt, wij leveren u professionele juridische dienstverlening op maat.
Gratis (inloop) spreekuur
Bij Van der Putt Advocaten staat klantgerichtheid voorop. Daarom bieden wij u naast de mogelijkheid om telefonisch en per e-mail een afspraak te maken, ook een gratis (inloop) spreekuur voor een kosteloos advies.
Gratis (inloop) spreekuren:
Maandag 12.00 – 14.00 uur
Woensdag 17.00 – 18.00 uur
Bezoekadres: Patersstraat 15-17 5801 AT Venray
Het stellen en handhaven van geluidvoorschriften
10 juni 2013
1. het stellen van geluidvoorschriften
Voor het stellen van geluidvoorschriften voor een (revisie)vergunning moet de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening als uitgangspunt gehanteerd worden.
In de zaak waarin de Afdeling bestuursrechtspraak op 10 april jl. uitspraak deed, was de feitelijke geluidsbelasting die het bedrijf veroorzaakte lager dan de in de Handreiking genoemde richtwaarden (= streefwaarden). Burgemeester en wethouders waren voor het stellen van geluidvoorschriften evenwel niet van die lagere geluidsbelasting, maar van de hogere richtwaarden uitgegaan.
Appellant klaagde erover dat zij zo een hogere geluidsbelasting toestonden dan de feitelijke geluidsbelasting die de inrichting volgens het geluidrapport veroorzaakte. Dit is in strijd met het beginsel dat geluidhinder voorkomen of in elk geval zoveel mogelijk beperkt moet worden, aldus appellant.
De Afdeling wijst de beroepsgrond af met de overweging: “In dat geval kan het bevoegd gezag, ook in de situatie dat de feitelijke geluidbelasting (…) bij de woningen van derden lager is, zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat de gestelde grenswaarden toereikend zijn ter voorkoming, dan wel voldoende beperking, van geluidhinder.”
conclusie: Als een inrichting volgens het geluidrapport minder geluidhinder veroor-zaakt dan de in de Handreiking genoemde richtwaarden, mag het bevoegd gezag voor het stellen van geluidvoorschriften toch van die richtwaarden uitgaan. Het hoeft het geluidrapport daar dan niet voor te gebruiken.
opmerking: Hadden burgemeester en wethouders voor het stellen van geluidvoor-schriften ook van het geluidrapport mogen uitgaan? Het antwoord is zonder meer “Ja”. Als een bedrijf een bepaalde , boven het omgevingsgeluid uitstijgende, geluidhinder veroorzaakt, is er immers geen reden méér geluidhinder toe te staan, enkel en alleen omdat de richtwaarden nog niet bereikt zijn.
2. het handhaven van geluidvoorschriften
Maar appellant is niet voor één gat gevangen. Hij voert verder aan dat onduidelijk is welke passages in het geluidrapport, dat deel van de (revisie)vergunning uitmaakt , bindende verplichtingen voor de vergunninghouder bevatten en dus handhaafbaar zijn. Aan de vergunning moet een voorschrift verbonden worden waarin dat expliciet bepaald is, aldus appellant.
De Afdeling wijst ook deze beroepsgrond af: “ Ingevolge het dictum van het bestreden besluit maakt ook het gewaarmerkte geluidrapport (…) deel uit van de verleende vergunning. De vergunninghouder dient zich te houden aan die gegevens uit het rapport die zich naar hun aard daarvoor lenen. Dat betreft in dit geval het verrichten van activiteiten zoals omschreven onder de kopjes Representatieve bedrijfssituatie, Regelmatige bedrijfssituatie en Incidentele bedrijfssituatie. Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een voorschrift zoals door appellant gewenst niet noodzakelijk is.”
conclusie: Handhaving van geluidvoorschriften hoeft niet plaats te vinden door het geluid te meten, maar kan ook plaatsvinden door handhavend tegen “bedrijfsvreemde” activiteiten op te treden.
Vechtscheiding of echtscheiding?
7 juni 2013
Van echtscheiding naar vechtscheiding: het scheelt maar één letter maar het maakt een groot verschil voor betrokkenen, met name voor kinderen.
Het toenemend aantal vechtscheidingen in Nederland is zorgwekkend. In 81% van de scheidingsgevallen wordt een ouderschapsplan opgesteld en is het gelukkig niet nodig om de rechter een oordeel te laten vormen. De overgebleven 19% bestaat uit scheidingen die vaak wél ellendig verlopen. Wanneer een zaak voor de rechter komt, worden Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming hier vaak bij betrokken. Deze instanties hebben te kampen met doorlooptijden en tekort aan personeel. De juiste zorg is dan niet altijd mogelijk.
Het verhaal van de vermoorde broertjes Ruben en Julian houdt de gemoederen nog steeds bezig. Met name de verhalen in de media dat meer dan tien hulpverleners en instanties zich met dit gezin beziggehouden hebben na de problematische echtscheiding in 2008, hebben tot de nodige vragen en discussies geleid. De Inspectie Jeugdzorg is inmiddels een onderzoek gestart naar de gang van zaken rondom de hulpverlening.
Het recente gezinsdrama heeft ook weer de aandacht gevestigd op de Kinderombudsman (www.kinderombudsman.nl) die sinds 1 april 2011 opkomt voor de rechten en belangen van kinderen. In juli 2012 heeft de Kinderombudsman in zijn rapport "De Bijzondere curator, een lot uit de loterij" gepleit om bij vechtscheidingen een bijzonder curator door de rechter te laten benoemen. Deze curator bekommert zich vervolgens alleen om het belang van kinderen en geeft kinderen in de procedure een stem bij beslissingen die over hen gaan. Tot op heden wordt bij vechtscheidingen nagenoeg geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een bijzonder curator in de procedure te betrekken. Dit komt onder meer door gebrek aan kennis bij kinderen, ouders, hulpverleners, advocaten en zelfs rechters. De Kinderombudsman is daarom al enkele maanden in gesprek met meerdere partijen over (het vergroten van) de rol van een bijzonder curator, ook bij vechtscheidingen. Ik hoop dat het recente gezinsdrama aanleiding is om voortaan eerder een bijzonder curator te benoemen zodat het belang van kinderen gewaarborgd kan worden.
Voor vragen en/of opmerkingen kunt u mij mailen (verrijdt@putt.nl) of bellen (0478 - 55 66 73).
Kristel Verrijdt
Afpraak maken
Wij adviseren en ondersteunen u graag bij een juridische kwestie. Neem contact met ons op voor een afspraak via: